ECLI:NL:RVS:2004:AQ5742
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- J.R. Schaafsma
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningwijziging wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
Bij besluit van 10 november 2003 verleende het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan een vergunninghoudster een vergunning voor het veranderen van een inrichting. Appellanten, die bezwaar hadden tegen wijzigingen in het definitieve besluit ten opzichte van het ontwerp, stelden beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het beroep ontvankelijk was omdat appellanten door de wijzigingen in een nadeliger positie waren gekomen. Het beroep richtte zich met name tegen de laatste zin van voorschrift 6J.3, waarbij verweerder en vergunninghoudster ter zitting instemden met schrapping van deze zin.
De Raad concludeerde dat het besluit in zoverre in strijd was met het algemeen rechtsbeginsel van zorgvuldigheid, omdat verweerder zich op een ander standpunt stelde dan in het bestreden besluit. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd voor het betreffende voorschrift.
Daarnaast werd het college van gedeputeerde staten veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellanten en tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak werd uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2004.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor het laatste deel van voorschrift 6J.3.