ECLI:NL:RVS:2004:AQ5745
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- M.M. van Driel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake vergunningplicht busstation en aanverwante activiteiten Amsterdam Centraal
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om geen bestuurlijke handhavingsmaatregelen te treffen tegen de oprichting en het gebruik van een auto-onderdoorgang, busstation, overkapping en waterprogramma bij het centraal station Amsterdam wegens het ontbreken van een milieuvergunning.
De Raad van State heeft onderzocht of deze activiteiten samen met het centraal station één inrichting vormen in de zin van de Wet milieubeheer, dan wel zelfstandig vergunningplichtig zijn. Hoewel er functionele en technische bindingen zijn, oordeelt de Voorzitter dat deze niet voldoende zijn om te spreken van één inrichting. Ook het busstation zelf valt niet onder de vergunningplicht omdat de aanwezige verbrandingsmotoren van bussen tijdelijk zijn en niet permanent op het terrein aanwezig.
De Voorzitter concludeert dat voor de in geding zijnde activiteiten geen vergunning krachtens de Wet milieubeheer vereist is en dat het Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer niet van toepassing is. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen vergunningplicht bestaat voor de activiteiten rondom het busstation en de onderdoorgang.