ECLI:NL:RVS:2004:AQ5762
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- H. Troostwijk
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanlegvergunning voor ophogen perceel binnen bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort verleende een aanlegvergunning voor het ophogen en afgraven van grond op een perceel tot een hoogte beneden 37 meter + NAP en weigerde vergunning voor ophoging boven 38 meter + NAP. Na bezwaar verleende het college alsnog vergunning voor ophoging boven 37 meter + NAP. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat appellanten ondanks verkoop van het perceel belang hadden bij de zaak vanwege geleden schade. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het bestemmingsplan “Op den Berg” de kavelhoogte reguleert en dat het college geen nadere eisen kon stellen over kavelhoogte op grond van artikel 10 van Pro de planvoorschriften. Het kwaliteitsdocument met een kavelhoogte van 37 meter + NAP heeft geen zelfstandige juridische betekenis.
De Raad concludeerde dat geen sprake was van aantasting van landschappelijke of natuurlijke waarden door de ophoging, mede omdat het gebied geen bijzondere beschermde waarden kent. De vergunningverlening was daarom in overeenstemming met het bestemmingsplan en de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.