ECLI:NL:RVS:2004:AQ5787
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens niet-betrekken zienswijze
Appellant had tegen het voornemen tot intrekking van zijn verblijfsvergunning een zienswijze ingediend, die hij met een fax-verzendbewijs kon aantonen. De minister stelde dat deze zienswijze niet was ontvangen, maar kon dit niet overtuigend staven. De Raad van State oordeelde dat de minister de zienswijze wel degelijk had ontvangen en deze ten onrechte niet had betrokken bij de besluiten van 11 oktober 2002 en 14 januari 2003.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, maar de Raad van State vernietigde deze uitspraak en het besluit van de minister. De minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de zienswijze wordt betrokken. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige behandeling van zienswijzen in bestuursrechtelijke procedures en de verplichting van bestuursorganen om ingediende zienswijzen mee te wegen bij besluitvorming.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd omdat de minister een ingediende zienswijze ten onrechte niet heeft betrokken.