ECLI:NL:RVS:2004:AQ5988

Raad van State

Datum uitspraak
26 juli 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200402053/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.C.K.W. Bartel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 11 WroArt. 27 planvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan Rijnfront te Oegstgeest

Bij besluit van 19 juni 2003 stelde de gemeenteraad van Oegstgeest het bestemmingsplan Rijnfront vast, dat mogelijkheden biedt voor bedrijventerrein, woongebieden en een groengebied nabij de rijksweg A44. Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland keurde dit plan op 3 februari 2004 goed.

Sierafor B.V. stelde dat haar bedrijfsactiviteiten ten onrechte niet als zodanig waren bestemd en dat onvoldoende inzicht was gegeven in de uitvoerbaarheid en gevolgen voor natuurwaarden. Zij verzocht om schorsing van het besluit omdat bij inwerkingtreding van het plan met de ontwikkeling kan worden begonnen.

De Voorzitter oordeelde dat het plan een globaal karakter heeft en dat voor de uit te werken bestemmingen nog geen uitwerkingsplan is vastgesteld, waardoor geen spoedeisend belang bestaat voor schorsing. Ook was niet aannemelijk dat niet alle relevante stukken ter inzage lagen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 26 juli 2004 door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan Rijnfront wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

200402053/2.
Datum uitspraak: 26 juli 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Sierafor B.V.", gevestigd te Oegstgeest,
verzoekster,
en
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 19 juni 2003 heeft de gemeenteraad van Oegstgeest, op voorstel van burgemeester en wethouders van 24 mei 2003, het bestemmingsplan "Rijnfront" vastgesteld.
Bij besluit van 3 februari 2004, kenmerk DRM/ARB/03/10213A, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Sierafor B.V." (hierna: Sierafor) heeft tegen dit besluit van verweerder beroep ingesteld bij faxbericht van 30 maart 2004, ingekomen bij de Raad van State op 30 maart 2004. Daarnaast heeft zij zich bij ditzelfde faxbericht tot de Voorzitter gewend met het verzoek een voorlopige voorziening te treffen als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 juli 2004, waar Sierafor, vertegenwoordigd door mr. drs. M.L.M. Frantzen, advocaat te Amsterdam, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. I.T.F. Vermeulen, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door M. Bakker, ambtenaar van de gemeente.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    Het plan is een globaal, grotendeels nader op grond van artikel 11 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening uit te werken, bestemmingsplan. Het bevat de mogelijkheden voor de ontwikkeling van bedrijventerrein, woongebieden en een groengebied ten westen van de rijksweg A44.
2.3.    Sierafor stelt dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plan. In het bijzonder zijn haar bedrijfsactiviteiten ten onrechte niet als zodanig bestemd, aldus Sierafor. Voorts is volgens haar onvoldoende inzicht gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan en de gevolgen daarvan voor onder meer de natuurwaarden. Zij verzoekt om schorsing van het bestreden besluit, omdat bij inwerkingtreding van het plan zal kunnen worden begonnen met de ontwikkeling van het plangebied.
2.4.    Verweerder heeft geen reden gezien het plan in strijd met een goede ruimtelijke ordening te achten en heeft het goedgekeurd. Volgens hem is voldoende onderzoek verricht en is de uitvoerbaarheid verzekerd. In het bijzonder zijn voldoende middelen beschikbaar voor verplaatsing van Sierafor, aldus verweerder.
2.5.    Ten aanzien van de stelling van Sierafor, dat niet alle stukken die op het plan betrekking hebben met het ontwerp daarvan ter inzage zijn gelegd, overweegt de Voorzitter dat niet aannemelijk is geworden dat niet alle rapporten, die ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpplan beschikbaar waren, met het ontwerpplan ter inzage zijn gelegd. De Voorzitter ziet mitsdien vooralsnog geen reden aan te nemen dat het bestreden besluit om deze reden in de bodemprocedure niet in stand zal blijven. De vraag of deze rapporten de gevolgen van het bestemmingsplan voldoende duidelijk maken, vergt nader onderzoek waarvoor deze procedure zich niet leent.
2.5.1.    De plandelen die zonder uitwerkingsplan direct kunnen worden verwezenlijkt, zijn gelegen op afstand van het bedrijf. In zoverre Sierafor verzoekt om schorsing van de goedkeuring van die plandelen, heeft verzoekster de Voorzitter met hetgeen zij ter zitting in aanvulling op het verzoekschrift omtrent de mogelijke niet-omkeerbare gevolgen, die optreden indien de bestemmingen worden verwezenlijkt, heeft gesteld, niet overtuigd dat deze zullen optreden en dat zij bij het vooralsnog niet verwezenlijken van dit bestemmingsplan zodanig belang heeft dat dit verzoek moet worden toegewezen.
2.5.2.    De gronden van Sierafor en de gronden in de omgeving van het bedrijf hebben in het plan uit te werken bestemmingen gekregen. Ingevolge artikel 27 van Pro de planvoorschriften mogen op de plandelen met uit te werken bestemmingen bouwwerken slechts worden gebouwd, mits het bouwplan in overeenstemming is met het ontwerp-uitwerkingsplan en van verweerder vooraf een verklaring van geen bezwaar ter zake is ontvangen. Vaststaat dat voor de desbetreffende plandelen nog geen uitwerkingsplan is vastgesteld en dat nog geen verklaring van geen bezwaar is verleend. De Voorzitter is mitsdien van oordeel dat Sierafor geen spoedeisend belang als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft bij schorsing van deze onderdelen van het bestreden besluit.
2.5.3.    Gelet op het voorgaande dient het verzoek te worden afgewezen.
2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.
w.g. Bartel    w.g. Klein
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2004
176-410.