ECLI:NL:RVS:2004:AQ5990
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- R.G.P. Oudenaller
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen milieuvergunning vanwege geluid en externe veiligheid
Bij besluit van 8 april 2004 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een milieuvergunning verleend aan een vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting op een locatie te een plaats. Dit besluit is op 3 mei 2004 ter inzage gelegd. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 13 juli 2004 waarbij partijen zijn gehoord. Verzoeker stelde dat de inrichting meer geluid zou veroorzaken dan acceptabel is en dat de externe veiligheid onvoldoende was gewaarborgd, met name vanwege de mogelijke aanwezigheid van radioactief schroot. Tevens voerde verzoeker aan dat bij het stellen van geluidgrenswaarden geen rekening was gehouden met geluid van andere bedrijven in de omgeving.
De Voorzitter overwoog dat de geluidgrenswaarden in redelijkheid toereikend zijn vastgesteld volgens de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening en dat het geluid van andere bedrijven niet in de grenswaarden hoeft te worden meegenomen. Ook de piekgeluidgrenswaarden en de etmaalindeling van de geluidvoorschriften werden als passend beoordeeld. Ten aanzien van externe veiligheid achtte de Voorzitter de genomen maatregelen en de regelgeving omtrent radioactief besmet schroot voldoende, zodat geen aanvullende voorschriften of onderzoeken noodzakelijk waren.
Gelet op deze overwegingen wees de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de milieuvergunning wordt afgewezen.