ECLI:NL:RVS:2004:AQ6013
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving dwangsom voor verwijdering goederen op agrarisch perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Monster legde aan appellant een dwangsom op om alle goederen en materialen van agrarische percelen te verwijderen, omdat deze in strijd met het bestemmingsplan werden gebruikt. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de voorzieningenrechter, die het beroep ongegrond verklaarde. Appellant stelde dat er concreet uitzicht was op legalisatie en dat het gebruik van de percelen door ligging en oppervlakte niet mogelijk was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht handhavend kon optreden omdat het gebruik van de percelen nog steeds mogelijk is binnen het bestemmingsplan. De ligging van de in- en uitrit en het eigendom van de percelen verhinderen dit niet. Ook is er geen bijzondere omstandigheid die handhaving onredelijk maakt. Appellant wordt niet beperkt in zijn bedrijfsuitoefening omdat voldoende opslag en ontsluiting via een ander perceel mogelijk is.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 augustus 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de handhaving van de dwangsom bevestigd.