ECLI:NL:RVS:2004:AQ6022
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting recreatieinrichting na schietincident in Den Haag
De burgemeester van Den Haag besloot op 24 september 2002 tot sluiting van de recreatieinrichting voor twaalf maanden en intrekking van de vergunning, naar aanleiding van een schietincident op 26 augustus 2002 in of nabij de inrichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar hield de rechtsgevolgen in stand. Appellant stelde hoger beroep in tegen de bevestiging van de relatie tussen het incident en de inrichting, met name vanwege vermeende anonieme en tegenstrijdige getuigenverklaringen.
De Raad van State oordeelde dat het niet om anonieme verklaringen ging, maar om verklaringen waarvan de identiteit bekend was bij de politie, hoewel namen in de processen-verbaal waren doorgehaald. De Afdeling vond geen reden om deze verklaringen niet aan het besluit ten grondslag te leggen. De rechtbank had terecht minder gewicht toegekend aan verklaringen van enkele getuigen en meer aan die van de broer van appellant en twee passanten.
Hoewel niet kon worden vastgesteld dat het schietincident binnen de inrichting plaatsvond, stond vast dat het incident in relatie stond tot de inrichting, mede door een voorafgaande ruzie binnen de inrichting. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.