ECLI:NL:RVS:2004:AQ6027
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing last onder dwangsom Wet bodembescherming
Verzoeker exploiteerde tot eind september 2000 een glastuinbouwbedrijf waaruit bij beëindiging bodemverontreiniging met minerale olie bleek. Verweerder legde hem een last onder dwangsom op om de verontreiniging te verwijderen, met een dwangsom van €3.000 per week en een maximum van €27.000. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter overwoog dat niet definitief vaststaat dat de verontreiniging door verzoeker is veroorzaakt, en dat verzoeker ondanks het ontbreken van eigendom of pacht de last kan uitvoeren met medewerking van de eigenaar. De termijn voor uitvoering is drie maanden, stilzwijgend verlengd tot zes maanden bij tijdige opdrachtbevestiging. De omvang van de verontreiniging en benodigde sanering zijn nog onduidelijk, waardoor haalbaarheid binnen de termijn onzeker is.
Gezien de geringe humane risico’s en de onzekerheid over de omvang van de verontreiniging, besloot de Voorzitter het besluit te schorsen tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan verzoeker.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.