ECLI:NL:RVS:2004:AQ6028
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over smallere teeltvrije zone langs de Lage Knartocht
Appellant verzocht het college van Dijkgraaf en Heemraden van Waterschap Zuiderzeeland om een smallere teeltvrije zone toe te staan langs percelen grenzend aan de Lage Knartocht. Dit verzoek werd afgewezen, terwijl een vergelijkbaar verzoek langs de Meerkoetentocht wel werd ingewilligd.
Appellant stelde dat de afwijzing in strijd was met provinciale toezeggingen en dat de versmalling niet in strijd was met het doel van het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Verweerder beriep zich op het waterkwaliteitsbeleid en het beleid dat een smallere zone niet mogelijk is bij watergangen met een hogere waterkwaliteitsdoelstelling, zoals de Lage Knartocht.
De Raad van State oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de specifieke feiten, zoals de breedte van het talud en de geringe waterstandfluctuaties. Tevens erkende verweerder ten onrechte de gemaakte afspraken over het agrarisch gebruik niet. Hierdoor was het besluit in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat zorgvuldige belangenafweging en feitelijke kennis vereist.
Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het Waterschap werd verplicht het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit dat het verzoek om een smallere teeltvrije zone langs de Lage Knartocht afwees, is vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.