ECLI:NL:RVS:2004:AQ6031
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tewerkstellingsvergunning wegens niet voldoen aan minimumloonvereiste
Appellante verzocht om tewerkstellingsvergunningen voor 70 werknemers, welke door de Centrale organisatie werk en inkomen (CWI) werden afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde onder meer dat het besluit onjuist was ondertekend en dat de eis van het minimumloon niet van toepassing was op weersafhankelijke arbeid.
De Raad van State oordeelde dat de ondertekening door een bevoegd persoon met een onjuiste functietitel geen reden is voor vernietiging van het besluit. Verder bevestigde de Afdeling dat de eis dat het loon minimaal het minimumloon van een 23-jarige moet bedragen ook geldt bij kortere dienstverbanden en deeltijdarbeid, conform artikel 8 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen en de Uitvoeringsregels.
Appellante kon niet aantonen dat het minimumloon gegarandeerd werd ongeacht het aantal gewerkte uren, aangezien de arbeid weersafhankelijk was. Ook was het haar taak om gegevens over eerdere toelating van vreemdelingen te verstrekken. Het verweer dat handhavingsmiddelen beschikbaar zijn bij niet-naleving werd verworpen omdat de vergunning niet is verleend. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tewerkstellingsvergunningen wordt bevestigd.