ECLI:NL:RVS:2004:AQ6032
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering tewerkstellingsvergunning wegens niet voldoen aan minimumloonvereiste
Appellante verzocht om tewerkstellingsvergunningen voor 33 werknemers, welke door de Centrale organisatie Werk en Inkomen (CWI) werden geweigerd wegens het niet voldoen aan de minimumloonvereiste volgens de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. Appellante voerde onder meer aan dat de toepasselijke regels niet eisten dat bij kortere of deeltijdarbeid het minimumloon van een 23-jarige gegarandeerd moest worden, en dat de weersafhankelijke aard van het werk een uitzondering vormde.
De Raad van State oordeelde dat de eis van het minimumloon wel degelijk geldt, ongeacht de aard van het contract, en dat appellante onvoldoende had aangetoond dat het minimumloon daadwerkelijk wordt betaald, mede doordat de beloning afhankelijk werd gesteld van het aantal gewerkte uren dat door weersomstandigheden wordt bepaald.
Verder werd geoordeeld dat appellante verantwoordelijk is voor het verstrekken van relevante gegevens over eerdere toelating van vreemdelingen en dat het ontbreken van handhavingsmiddelen geen reden is om de vergunning toch te verlenen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de tewerkstellingsvergunningen wegens het niet aantonen van het minimumloon.