ECLI:NL:RVS:2004:AQ6037
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tewerkstellingsvergunning wegens onvoldoende wervingsinspanningen op krappe arbeidsmarkt
Appellante verzocht om tewerkstellingsvergunningen voor vier werknemers, welke door de Centrale organisatie werk en inkomen (CWI) werden afgewezen op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellante voldoende inspanningen had verricht om de vacatures te vervullen met prioriteitgenietend aanbod, ondanks de problematiek van de krappe arbeidsmarkt in de aspergeteelt. Appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte uitging van de veronderstelling dat altijd voldoende prioriteitgenietend aanbod aanwezig is voor ongeschoolde arbeid.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat appellante onvoldoende wervingsinspanningen had verricht, aangezien zij zich beperkte tot aanmelding bij het Arbeidsbureau, EURES en enkele uitzendbureaus zonder verdere opvolging. Ook ontbraken bewijsstukken van wervingsactiviteiten bij asielzoekerscentra. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat werkgevers op een krappe arbeidsmarkt alle redelijke inspanningen moeten verrichten om vacatures te vervullen met prioriteitgenietend aanbod alvorens een tewerkstellingsvergunning kan worden verleend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tewerkstellingsvergunningen bevestigd wegens onvoldoende wervingsinspanningen.