ECLI:NL:RVS:2004:AQ6596
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens nationaliteitsvraag in vreemdelingenrecht
De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie wees een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel af omdat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij staatloos was en niet van Russische nationaliteit. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de minister.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat het aan de vreemdeling is om zijn staatloosheid aannemelijk te maken en dat de voorzieningenrechter ten onrechte een keuze voor een nationaliteit van de minister verlangde. De Raad van State oordeelde dat het onderzoek naar de nationaliteit onderdeel is van de feitenbeoordeling en dat de minister op basis van ambtsberichten en de stellingen van de vreemdeling tot zijn oordeel mocht komen.
De Raad van State stelde vast dat de voorzieningenrechter dit standpunt onvoldoende terughoudend had getoetst en dat de minister terecht het besluit had genomen op basis van de verklaringen van de vreemdeling over zijn verblijf in de Russische Federatie. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling, met name over de vervolgingsvraag en zelfredzaamheid van de vreemdeling in Rusland.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.