ECLI:NL:RVS:2004:AQ6608
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.M. Ligtelijn-Van Bilderbeek
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning Havanasingel Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 24 december 2002 aan ING Vastgoed Ontwikkeling B.V. een vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van een woningbouwcomplex met 10 appartementen en 28 eengezinswoningen aan de Havanasingel te Den Haag.
Verzoekers maakten bezwaar tegen deze vergunning, maar hun bezwaren werden niet-ontvankelijk verklaard door het college. De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep van verzoekers tegen deze beslissing ongegrond. Verzoekers stelden vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten om een voorlopige voorziening om de bouwvergunning te schorsen.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 22 juli 2004 en oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen omdat de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren betekent dat er nog geen inhoudelijk oordeel over de bezwaren is gegeven. Er was geen reden om aan te nemen dat de uitspraak in de bodemprocedure niet stand zou houden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 3 augustus 2004 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning wordt afgewezen.