ECLI:NL:RVS:2004:AQ6610
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H.B. van der Meer
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid ligplaatsvergunning woonboot ondanks hoogteoverschrijding en uitzichtbezwaar
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Amsterdam-Noord verleende op 20 maart 2001 een vergunning aan een vergunninghouder voor het innemen van een ligplaats met een woonboot aan een locatie te Amsterdam voor drie jaar. Reliplan maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de woonboot niet voldeed aan de maximale constructiehoogte volgens de Nadere regeling woonboten en dat de ligplaats het uitzicht en gebruiksplezier van haar pand aan de locatie aantastte.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van Reliplan gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar. Het dagelijks bestuur stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank buiten haar grenzen was getreden door toetsing aan de Nota woonschepenbeleid 1991 te eisen, terwijl dit niet aan de orde was.
De Raad van State overwoog dat de woonboot reeds vóór de inwerkingtreding van de regeling een ligplaatsvergunning had en dat de hoogteoverschrijding slechts het gevolg was van een bestaande opbouw. Artikel 4 van Pro de regeling staat gedeeltelijke vernieuwing toe mits geen grotere afwijking ontstaat, wat hier het geval was. Tevens werd geoordeeld dat Reliplan onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de ligplaats daadwerkelijk was verplaatst en dat het uitzicht en gebruikspleel daardoor onaanvaardbaar werden aangetast.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van Reliplan ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Reliplan wordt ongegrond verklaard en de ligplaatsvergunning wordt bevestigd.