ECLI:NL:RVS:2004:AQ6611
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing subsidieaanvraag beëindiging pluimveetak wegens verkleining landbouwgrond
Appellant verzocht om subsidie voor de beëindiging van de kippen- en kalkoenentak van zijn bedrijf, welke door de Minister van Landbouw werd afgewezen. De afwijzing werd gehandhaafd bij bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 14, vierde lid, van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, waarin wordt bepaald dat bij verkleining van de landbouwgrond tussen 10 september 1999 en het moment van subsidieaanvraag de subsidie wordt verminderd met een bedrag dat correspondeert met het grondgebonden mestproductierecht van de verkleinde oppervlakte.
De Raad van State overwoog dat appellant in januari 2001 een deel van de gepachte grond had beëindigd, waardoor de subsidie verminderd moest worden overeenkomstig de regeling. Het betoog van appellant dat hij geen voornemen had tot deelname aan de regeling bij het aangaan en opzeggen van de pachtovereenkomst werd verworpen. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt bevestigd vanwege verkleining van landbouwgrond.