ECLI:NL:RVS:2004:AQ6612
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing subsidieaanvraag beëindiging pluimveetak wegens verkleining landbouwgrond
Appellant vroeg subsidie aan voor het beëindigen van de kippen- en kalkoenentak van zijn bedrijf, maar de Minister wees dit af. De afwijzing werd bevestigd door de rechtbank Almelo, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De regeling voor subsidieverlening voorziet in vermindering van het subsidiebedrag indien de oppervlakte landbouwgrond van het bedrijf tussen 10 september 1999 en de aanvraagdatum is verkleind. Appellant had in december 2000 extra grond gepacht om pluimveerechten veilig te stellen, maar beëindigde deze pacht in januari 2001.
De Raad van State oordeelt dat de verkleining van de landbouwgrond leidt tot een vermindering van het subsidiebedrag conform artikel 14, vierde lid, van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Het betoog van appellant dat hij geen voornemen had tot deelname aan de regeling bij het aangaan en beëindigen van de pacht faalt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag bevestigd.