ECLI:NL:RVS:2004:AQ6613
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing subsidieaanvraag beëindiging pluimveetak wegens verkleining landbouwgrond
Appellant vroeg subsidie aan voor het beëindigen van de kippen- en kalkoenentak van zijn bedrijf, maar de Minister wees deze aanvraag af. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en ook de rechtbank Almelo verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 14, vierde lid, van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, waarin is bepaald dat bij verkleining van de landbouwgrond tussen 10 september 1999 en het moment van subsidieaanvraag het subsidiebedrag verminderd wordt met een bedrag dat correspondeert met het grondgebonden mestproductierecht van de verkleinde oppervlakte.
Appellant had in december 2000 extra grond gepacht om pluimveerechten te verkrijgen, maar beëindigde deze pacht in januari 2001. De Raad van State oordeelde dat deze verkleining van landbouwgrond leidt tot vermindering van de subsidie. Het betoog van appellant dat hij geen voornemen had deel te nemen aan de Regeling bij het aangaan en opzeggen van de pacht faalde. De Afdeling bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 11 augustus 2004.
Uitkomst: De afwijzing van de subsidieaanvraag wegens verkleining van landbouwgrond wordt bevestigd.