Uitspraak
200206675/1.
200206675/1, heeft de Afdeling het beroep van verzoeker – destijds appellant - ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Raad van State
Verzoeker heeft bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend tot herziening van een uitspraak van 13 augustus 2003 waarin zijn beroep ongegrond werd verklaard. Hij stelde dat nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder onvolledige informatie over de dekking van een begrotingstekort bij het bestemmingsplan, tot een andere uitspraak zouden moeten leiden.
De Afdeling overwoog dat herziening alleen mogelijk is indien feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en indien deze tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. De stukken waarop verzoeker zich baseerde waren al bekend of betrokken bij de eerdere uitspraak, zodat deze geen grond voor herziening vormden.
Ten aanzien van het begrotingstekort stelde de Afdeling vast dat verzoeker deze informatie niet eerder kon kennen omdat het interne informatie betrof die pas later via een Wob-procedure beschikbaar kwam. Desondanks oordeelde de Afdeling dat dit feit geen aanleiding gaf voor een andere uitspraak, omdat de financiële onzekerheid destijds geen reden was om het bestemmingsplan niet goed te keuren.
De Afdeling concludeerde dat het verzoek tot herziening niet aan de wettelijke criteria voldeed en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten die tot een andere uitspraak zouden leiden.