ECLI:NL:RVS:2004:AQ6621
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hardheidsclausule na uitloting voor studie geneeskunde
Appellante werd voor het studiejaar 2003-2004 voor de derde maal uitgeloot voor de opleiding geneeskunde. Zij verzocht de Informatie Beheer Groep (IBG) om toepassing van de hardheidsclausule, welke werd afgewezen. Na bezwaar en beroep bij de voorzieningenrechter werd ook daar het beroep ongegrond verklaard.
Appellante voerde aan dat de cumulatie van uitlotingen binnen haar gezin en het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Zij stelde dat onvoldoende gebruik wordt gemaakt van de gereserveerde opleidingsplaatsen en dat de criteria voor de hardheidsclausule te strikt zijn.
De Voorzitter van de Raad van State oordeelde dat de IBG haar beleid niet onredelijk heeft toegepast en dat het systeem van uitloting en de gevolgen daarvan voortvloeien uit de wetgeving. De omstandigheden van appellante en haar gezin zijn niet zodanig bijzonder dat zij een onbillijkheid van overwegende aard vormen. Het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel faalt eveneens.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.