ECLI:NL:RVS:2004:AQ6622
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hardheidsclausule na uitloting voor opleiding tandheelkunde
Appellante was voor het studiejaar 2003-2004 en 2004-2005 uitgeloot voor de opleiding tandheelkunde. Zij verzocht de Informatie Beheer Groep (IBG) om toepassing van de hardheidsclausule, die zij afwees. Ook het bezwaar en het beroep bij de voorzieningenrechter werden ongegrond verklaard. Appellante stelde dat haar situatie, waaronder het toekomstig overnemen van de tandartsenpraktijk van haar ouders en de impact op haar familie, een onbillijkheid van overwegende aard vormde.
Zij voerde aan dat het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel geschonden waren omdat niet alle gereserveerde plaatsen voor de hardheidsclausule werden benut en dat de criteria voor toepassing te strikt waren. De voorzieningenrechter en de IBG hadden volgens haar onvoldoende gemotiveerd waarom haar omstandigheden niet tot toepassing van de hardheidsclausule leidden.
De Voorzitter van de Raad van State oordeelde dat het beleid van de IBG niet in strijd was met de wet en niet onredelijk of onaanvaardbaar. De persoonlijke omstandigheden van appellante en haar familie waren niet zodanig bijzonder dat toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd was. Het feit dat niet alle gereserveerde plaatsen werden ingevuld, rechtvaardigde geen aanpassing van de criteria. Het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel faalde eveneens.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante tegen de afwijzing van haar verzoek tot toepassing van de hardheidsclausule wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.