ECLI:NL:RVS:2004:AQ6625
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering tijdelijke vrijstelling gronddepot voor meer dan twee jaar
Appellante heeft op 15 oktober 1999 een verzoek ingediend om een tijdelijke vrijstelling van vijf jaar voor het oprichten en gebruiken van een gronddepot op een perceel te Oeffelt. Het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer verleende aanvankelijk een vrijstelling van twee jaar en wees het verzoek om verlenging tot vijf jaar af. Vervolgens herroept het college het besluit van twee jaar en sommeert appellante de werkzaamheden te verwijderen.
Appellante stelde beroep in tegen deze besluiten, maar de rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bij de Raad van State betoogde appellante dat het college ten onrechte de vrijstelling voor vijf jaar had geweigerd. De Raad oordeelt echter dat appellante dit betoog niet in bezwaar heeft aangevoerd en dat het college het besluit op basis van het bezwaar van derden heeft heroverwogen.
De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De zaak betreft de toepassing van artikel 17 WRO Pro en de procedurele vereisten rond bezwaar en heroverweging.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot tijdelijke vrijstelling van twee jaar wordt bevestigd.