ECLI:NL:RVS:2004:AQ6632
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging lozingsnorm propiconazol in vergunning oppervlaktewater
Bij besluit van 18 juni 2003 verleende het Waterschap Rijn en IJssel aan Topwood B.V. een vergunning voor het lozen van met houtverduurzamingsmiddelen verontreinigd hemelwater op het perceel Scheggertdijk 7 te Almen. De vergunning bevatte een lozingsnorm van 14 mg propiconazol per liter, geldig tot 1 januari 2005. Topwood B.V. stelde dat deze norm niet haalbaar is, omdat de berekening waarop de norm is gebaseerd indicatief en niet bindend is.
De Raad van State stelde vast dat de vergunning gebaseerd was op een berekening van de hoeveelheid propiconazol die vrijkomt, welke slechts een globale indicatie geeft. Uit andere gegevens bleek dat het niet aannemelijk is dat de norm van 14 mg/l in elk steekmonster kan worden gehaald. Het besluit om deze norm vast te stellen zonder voldoende feitelijke onderbouwing is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel uit artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit voor zover het de lozingsnorm betreft en beval het Waterschap binnen twee maanden opnieuw te beslissen. Tevens werd het Waterschap veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de lozingsnorm voor propiconazol in de vergunning wordt vernietigd.