ECLI:NL:RVS:2004:AQ6638
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Ch.W. Mouton
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over exploitatievergunning horecabedrijf en procesbelang vennoten
Bij besluit van 18 december 2001 verleende de burgemeester van Amsterdam een exploitatievergunning aan de vennoten van een vennootschap onder firma voor een horecabedrijf, met uitzondering van het gebouwde terras. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt door de vennoten, dat door de burgemeester niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, met de opdracht aan de burgemeester een nieuwe beslissing te nemen.
De burgemeester stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat de vennoten niet als belanghebbenden konden worden aangemerkt en dat zij geen procesbelang meer hadden vanwege een overeenkomst met de gemeente en een latere vergunning voor een ongebouwd terras. De Raad van State oordeelde dat de vennoten wel ontvankelijk waren omdat zij steeds namens de vennootschap optraden en dat het bezwaar terecht was ingediend.
Voorts stelde de Raad van State vast dat de ontbinding van de vennootschap onder firma geen reden was om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de vennootschap voortbestaat zolang de vereffening niet is afgerond. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen omdat nadere besluitvorming vereist is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.