ECLI:NL:RVS:2004:AQ6987
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A.M. van Angeren
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nadeelcompensatieclaims voor kabelverlegging bij dijkversterking
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om het hoger beroep van N.V. Eneco tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht, waarin het beroep tegen de afwijzing van nadeelcompensatieclaims wegens het verleggen van kabels in primaire waterkeringen is verworpen. Het hoogheemraadschap had aan appellante een vergoeding toegekend, maar bepaalde claims afgewezen wegens risicoaanvaarding.
De Raad van State overweegt dat de Regeling nadeelcompensatie voorziet in vergoeding van schade veroorzaakt door dijkversterkingen, waarbij het risico van schade aan kabels en leidingen mede afhankelijk is van de voorzienbaarheid en maatschappelijke ontwikkelingen. De rechtbank had geoordeeld dat appellante, gelet op eerdere dijkversterkingen, beleidsnota's, principeplannen en communicatie, het risico van schade had moeten aanvaarden.
Appellante stelde dat zij niet op de hoogte was gesteld van de dijkversterkingen bij vergunningverlening en dat het hoogheemraadschap onzorgvuldig had gehandeld. De Raad van State oordeelt echter dat appellante, als rechtsopvolger van een nutsbedrijf met ervaring in eerdere dijkversterkingen, voldoende bekend was met de risico's en dat de communicatie over de plannen voldoende concreet en openbaar was geweest.
Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de nadeelcompensatieclaims bevestigd.