ECLI:NL:RVS:2004:AQ6995
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- A.J. Kuipers
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen vergunning voor compostering en agrarische opslag wegens besmettingsgevaar
Bij besluit van 16 april 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Zeeland een vergunning voor een akkerbouwbedrijf met groencompostering, paardenstal, camping en opslag van agrarische producten op een perceel te Schouwen-Duiveland. Verzoekers stelden beroep in tegen dit besluit en verzochten om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde de verzoeken op 2 augustus 2004. Verzoekers betoogden onder meer dat de aanvraag ontoereikend was, onvoldoende rekening was gehouden met besmettingsgevaar voor hun agrarische bedrijven en dat geur- en stofhinder onvoldoende waren beoordeeld. Verweerder stelde dat de kennisgevingen correct waren verzonden en dat het besmettingsgevaar klein was.
De Voorzitter oordeelde dat het besmettingsgevaar, met name door bacterievuur en bruinrot, een belangrijk milieubelang betreft dat mogelijk onvoldoende is afgedekt. Daarom werd de vergunning geschorst voor het voorschrift dat acceptatie van mogelijk besmet materiaal toestaat. Voor geur- en stofhinder werd geen voorlopige voorziening getroffen. Daarnaast werden proceskosten aan verzoekers toegekend.
De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt niet in de bodemprocedure, waarin nadere beoordeling zal plaatsvinden over onder meer de reikwijdte van kennisgevingen en de milieugevolgen.
Uitkomst: De Voorzitter schorst het voorschrift over acceptatie van mogelijk besmet materiaal en wijst de overige verzoeken af, met veroordeling in proceskosten.