ECLI:NL:RVS:2004:AQ7002
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- P. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak intrekking Nederlanderschap wegens niet afstand doen oorspronkelijke nationaliteit
De zaak betreft het hoger beroep van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep van een vreemdeling tegen de intrekking van zijn Nederlanderschap gegrond verklaarde. De intrekking was gebaseerd op het feit dat de vreemdeling niet had voldaan aan de verplichting om afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit.
De vreemdeling had bij zijn naturalisatie verklaard stappen te zullen ondernemen om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen. Hoewel hij stelde dat hij afstand had gedaan, werden de stukken daarvoor te laat ingediend en werd dit niet voldoende bewezen. De rechtbank oordeelde dat het besluit onrechtmatig was genomen omdat de minister onvoldoende had onderzocht of de vreemdeling daadwerkelijk afstand had gedaan.
De Raad van State overweegt dat artikel 7 van Pro het Europees Verdrag inzake nationaliteit een uitputtende opsomming geeft van gevallen waarin nationaliteit kan worden verloren en dat artikel 15 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap zo moet worden gelezen dat intrekking mogelijk is bij opzettelijk niet afstand doen van de oorspronkelijke nationaliteit. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank, maar verbetert de motivering en veroordeelt de minister in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.