ECLI:NL:RVS:2004:AQ7007
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- B. Klein Nulent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning voor uitbouw ondanks bezwaren over erfscheiding en daglichttoetreding
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen verleende op 23 september 2002 een bouwvergunning voor het vergroten van een woning op een perceel te Groningen. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de uitbouw niet op de erfscheiding was geplaatst zoals voorgeschreven in het bestemmingsplan en dat niet werd voldaan aan de daglichtnormen van het Bouwbesluit.
De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Raad van State behandelde de zaak op 17 juni 2004 en oordeelde dat de vergunning terecht was verleend voor een uitbouw op de erfscheiding, conform artikel 9.1, zesde lid, van het bestemmingsplan “Ruischerwaard”. Tevens werd geoordeeld dat de uitbouw voldeed aan de daglichtvereisten van artikel 39 van Pro het Bouwbesluit, waarbij het onderscheid tussen nieuwe en bestaande situaties werd meegewogen.
De Raad van State bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 18 augustus 2004 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunning voor de uitbouw en verklaart het hoger beroep van appellanten ongegrond.