ECLI:NL:RVS:2004:AQ7033
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- P. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens schijnhuwelijk en legale arbeid
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor arbeid in loondienst, welke door de staatssecretaris en later de minister werd geweigerd op grond van het ontbreken van een jaar legale arbeid in Nederland, mede vanwege vermoedens van een schijnhuwelijk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat appellant niet heeft aangetoond dat hij gedurende één jaar legale arbeid heeft verricht. De Afdeling benadrukt dat het besluit van 20 augustus 1999, hoewel in rechte onaantastbaar, geen constitutieve werking heeft ten aanzien van rechten uit het besluit nr. 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije.
Voorts is geoordeeld dat de minister ten onrechte het bezwaar van appellant zonder hoorzitting heeft afgewezen, terwijl het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. De Afdeling vernietigt het besluit van 20 mei 2003 en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Tot slot wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierechten aan appellant. De Afdeling benadrukt dat de minister bij een nieuw besluit rekening moet houden met de overwegingen van de Afdeling.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd, het beroep gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.