ECLI:NL:RVS:2004:AQ7431

Raad van State

Datum uitspraak
17 augustus 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200402853/2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • P. van Dijk
  • E.M. Ouwehand
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening schorsing bouwvergunningen voor stal en loods in Deurne

Het college van burgemeester en wethouders van Deurne verleende in juni en juli 2002 bouwvergunningen voor het oprichten van een fokzeugenstal, biggenstal en een loods op een perceel in Deurne. Tegen deze besluiten maakten belanghebbenden bezwaar, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank ’s-Hertogenbosch verklaarde dit besluit op 23 februari 2004 echter ongegrond en vernietigde het bestreden besluit.

Het college en de vergunninghouder stelden hoger beroep in bij de Raad van State. Verzoekers vroegen vervolgens om een voorlopige voorziening om de bouwvergunningen te schorsen totdat de bodemprocedure was afgerond. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 5 augustus 2004.

De Voorzitter oordeelde dat de voorlopige voorziening passend was om te voorkomen dat de bouwactiviteiten doorgang zouden vinden voordat de bodemzaak was beslist. Daarom werden de bouwvergunningen geschorst. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekers, inclusief het griffierecht, omdat deze kosten waren gemaakt voor professionele rechtsbijstand.

De uitspraak benadrukt dat de inhoudelijke beoordeling van de bezwaren tegen de bouwvergunningen in de bodemprocedure zal plaatsvinden, waarbij de Raad van State de definitieve uitspraak zal doen. Tot die tijd blijven de vergunningen geschorst om mogelijke onomkeerbare gevolgen te voorkomen.

Uitkomst: De bouwvergunningen voor de fokzeugenstal, biggenstal en loods worden geschorst totdat de bodemprocedure is afgerond.

Uitspraak

200402853/2.
Datum uitspraak: 17 augustus 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende hoger beroep, van:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 23 februari 2004 in het geding tussen:
verzoekers en [wederpartij A] en [wederpartij B] te [plaats]
en
het college van burgemeester en wethouders van Deurne.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 18 juni 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne (hierna: het college) aan [vergunninghouder]) bouwvergunning verleend voor het oprichten van een fokzeugenstal op het perceel kadastraal bekend gemeente Deurne, sectie […], nummer […] en plaatselijk bekend [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel). Bij besluit van 8 juli 2002 heeft het college bouwvergunning verleend voor het oprichten van een biggenstal en een loods op het perceel.
Bij besluit van 6 februari 2003 (hierna: het bestreden besluit) heeft het college, voor zover hier van belang, de daartegen door [belanghebbende A] en [belanghebbende B] gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 23 februari 2004, verzonden op 25 februari 2004, heeft de rechtbank ’s-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank), voor zover hier van belang, het daartegen door verzoekers ingestelde beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit, voor zover daarbij de door [belanghebbende A] en [belanghebbende B] gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk zijn verklaard, vernietigd.
Tegen deze uitspraak hebben het college en [vergunninghouder] bij brieven van respectievelijk 5 april 2004 en 6 april 2004, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2004, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 26 juli 2004, bij de rechtbank ingekomen op 27 juli 2004, hebben verzoekers de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 27 juli 2004 heeft de rechtbank dat verzoek doorgezonden aan de Afdeling.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 5 augustus 2004, waar verzoekers, vertegenwoordigd door ir. A.K.M. van Hoof, gemachtigde, het college, vertegenwoordigd door mr. L.A. Pronk, ambtenaar der gemeente, en [vergunninghouder], vertegenwoordigd door mr. C.A.P.L. Kusters, advocaat te Deurne, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    De rechtbank heeft het bestreden besluit, voor zover daarbij de door [belanghebbende A] en [belanghebbende B] tegen de besluiten van 18 juni 2002 en 8 juli 2002 gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk zijn verklaard, vernietigd. De onderhavige procedure leent zich niet voor een beoordeling van de juistheid van dat oordeel. Dit zal in de bodemprocedure dienen te geschieden.
2.2.    Indien in de bodemprocedure de aangevallen uitspraak wordt bevestigd, betekent dit dat het college alsnog een nieuwe beslissing op bezwaar zal moeten nemen. De door het college en [vergunninghouder] ingediende hoger beroepen zullen op korte termijn worden behandeld. Dit brengt de Voorzitter ertoe om de besluiten van 18 juni 2002 en 8 juli 2002 te schorsen totdat de Afdeling in het bodemgeschil uitspraak heeft gedaan.
2.3.    Voor een proceskostenveroordeling zijn termen aanwezig.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Deurne van 18 juni 2002 en 8 juli 2002, totdat de Afdeling in het bodemgeschil uitspraak heeft gedaan;
II.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Deurne in de door verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Deurne te worden betaald aan verzoekers;
III.    gelast dat de gemeente Deurne aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 205,00) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Dijk    w.g. Ouwehand
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2004
224.