ECLI:NL:RVS:2004:AQ7432

Raad van State

Datum uitspraak
17 augustus 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200404951/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • C.M. Ligtelijn-Van Bilderbeek
  • E.M. Ouwehand
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning bedrijfsgebouw Sint-Oedenrode

Het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode verleende op 11 november 2003 een vrijstelling en bouwvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw op een perceel in Sint-Oedenrode. Verzoekers, waaronder de Vereniging voor Natuurbehoud & Milieubeheer en de Brabantse Milieu Federatie, maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college op 23 maart 2004 ongegrond werd verklaard.

Vervolgens stelde verzoekster sub 1 beroep in bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch, welke op 11 mei 2004 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoekers wendden zich daarop tot de Raad van State met het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen, hangende het hoger beroep.

De Raad van State oordeelde dat het bouwplan zich niet verzet tegen het provinciaal beleid zoals neergelegd in het streekplan 2002. Het gebied ligt binnen de Agrarische hoofdstructuur met een landbouwfunctie, waar agrarische bouwblokken mogen worden uitgebreid tenzij er overwegende bezwaren zijn van natuurlijke, landschappelijke of milieuhygiënische aard. Zulke bezwaren zijn niet aannemelijk gemaakt. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor een bedrijfsgebouw wordt afgewezen.

Uitspraak

200404951/2.
Datum uitspraak: 17 augustus 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
1. de Vereniging voor Natuurbehoud & Milieubeheer in Midden- en Noord-Oost Brabant "Het groene hart",
2. de Stichting Brabantse Milieu Federatie,
verzoekers
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 11 mei 2004 in het geding tussen:
verzoekster sub 1
en
het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oederode.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 11 november 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van een bedrijfsgebouw op het perceel [locatie], kadastraal bekend gemeente Sint-Oedenrode, sectie […], nr. […].
Bij besluit van 23 maart 2004 heeft het college het daartegen door verzoekster sub 1 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 11 mei 2004, verzonden op 21 mei 2004, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoekster sub 1 ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 juni 2004, hoger beroep ingesteld.
Bij brief, eveneens bij de Raad van State ingekomen op 16 juni 2004, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 5 augustus 2004, waar verzoekers, vertegenwoordigd door A.A.F. van Abelen en J.A. van der Schroeff, en het college, vertegenwoordigd door J.A.F.M. van Vorstenbosch, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.
Voorts is daar de [vergunninghouder], bij monde van mr. R.E. Wannink, en het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant, bij monde van J.V. Nefkens, gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer, indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het daartegen ingestelde beroep ongegrond heeft verklaard.
2.2.    In hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat geen vrijstelling en bouwvergunning mocht worden verleend. Daarbij zij aangetekend dat anders dan verzoekers hebben betoogd in de door hun overgelegde stukken geen aanknopingspunt is te vinden voor het standpunt dat het bouwplan zich niet verdraagt met het provinciaal beleid, als neergelegd in het streekplan 2002. Ingevolge dat plan is het onderhavige gebied gelegen in het deel van de Agrarische hoofdstructuur dat een landbouwfunctie heeft. Uitgangspunt is dat in de AHS-landbouw agrarische bouwblokken mogen worden uitgebreid, tenzij overwegende bezwaren van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische aard zich daartegen verzetten. In de genoemde stukken is voorshands van dergelijke overwegende bezwaren niet gebleken.
2.3.    Gelet op het vorenstaande, dient het verzoek te worden afgewezen.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-Van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van Staat.
w.g. Ligtelijn-Van Bilderbeek    w.g. Ouwehand
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2004
224.