Uitspraak
200403252/2 en 200403252/1, heeft de Voorzitter dit besluit met toepassing van artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vernietigd.
Raad van State
Verzoeker, het college van burgemeester en wethouders van Roggel en Neer, heeft bij besluit van 19 december 2003 een verzoek ingediend om bestuursdwang toe te passen tegen de opslag van afvalstoffen op het terrein van een manege. Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Limburg, verklaarde zich onbevoegd en zond het verzoek door naar appellant. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 10 augustus 2004. Partijen waren verdeeld over het bevoegde gezag: verzoeker stelde dat het ging om een inrichting onder categorie 28.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, waardoor verweerder bevoegd zou zijn; verweerder betoogde dat het om een manege ging en verzoeker het bevoegd gezag was.
De Voorzitter oordeelde dat er geen sprake was van onverwijlde spoed, mede omdat de afvalgrondwallen sinds 1999 aanwezig zijn en er geen direct gevaar voor bodemverontreiniging is aangetoond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tevens werd aangegeven dat de behandeling van de hoofdzaak zal worden bespoedigd en dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.