AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep wegens te late indiening
Appellant heeft op 27 januari 2004 hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle van 8 december 2003. De termijn voor het indienen van het beroepschrift liep tot 19 januari 2004, maar het beroepschrift werd pas na deze datum ontvangen en ook pas op 26 januari 2004 verzonden.
De Raad van State overweegt dat volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een beroepschrift tijdig moet zijn ontvangen of binnen een week na verzending, mits tijdig verzonden. In dit geval is niet gebleken dat het te late indienen van het beroepschrift niet aan appellant kan worden toegerekend.
Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er bestaat geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 25 augustus 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.
Uitspraak
200400824/1.
Datum uitspraak: 25 augustus 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 8 december 2003 in het geding tussen:
appellant
en
de Minister van Justitie.
1. Procesverloop
Bij brief van 17 januari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 27 januari 2004, heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle (hierna: de rechtbank) van 8 december 2003, verzonden op dezelfde dag. Voormelde brief en uitspraak zijn aangehecht.
Bij brief van 16 maart 2004 heeft de Minister van Justitie van antwoord gediend.
Bij brief van 6 juli 2004 heeft appellant een nadere memorie ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 juli 2004, waar de Minister van Justitie, vertegenwoordigd door mr. N. Romijn, ambtenaar bij het ministerie, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) vangt de termijn voor het indienen van een beroepschrift aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.
Ingevolge artikel 6:9, tweede lid, van de Awb is bij verzending ter post een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Ingevolge artikel 6:11 vanPro de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
In artikel 6:24, eerste lid, van de Awb is over voormelde artikelen, hier weergegeven voor zover in deze van belang, bepaald dat deze van overeenkomstige toepassing zijn indien hoger beroep kan worden ingesteld.
2.2. De aangevallen uitspraak is verzonden op 8 december 2003. De termijn voor het indienen van een beroepschrift ingevolge artikel 6:8, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24, eerste lid, van de Awb is dus begonnen op 8 december 2003 en geëindigd op 19 januari 2004.
2.3. Appellant heeft het hoger-beroepschrift niet tijdig ingediend, nu het ingekomen is op 27 januari 2004 en blijkens de poststempel pas op 26 januari 2004 is verzonden. Gesteld noch gebleken is dat het achterwege blijven van een tijdige indiening van het hoger-beroepschrift in dit geval niet in redelijkheid aan een verzuim van appellant is toe te rekenen.
2.4. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, Voorzitter, en mr. J.A.M. van Angeren en mr. P.A. Offers, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van Staat.