ECLI:NL:RVS:2004:AQ8708
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verplichting rijvaardigheidsonderzoek
De Minister van Verkeer en Waterstaat legde appellant op 27 maart 2003 de verplichting op mee te werken aan een onderzoek naar de rijvaardigheid. Appellant diende een bezwaarschrift in, maar dit werd door de minister niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat hij binnen de termijn een bezwaarschrift had ingediend, maar dit betrof slechts aantekeningen op de slotpagina van het besluit, die door de minister werden opgevat als een verzoek om uitstel.
De Raad van State oordeelde dat de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift correct was toegepast en dat de minister terecht het bezwaarschrift niet-ontvankelijk had verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift bevestigd.