ECLI:NL:RVS:2004:AQ8712
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- F.P. Zwart
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging natuurgebiedsplan Utrechtse Heuvelrug ondanks bezwaren appellante
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht stelde op 29 oktober 2002 het natuurgebiedsplan Utrechtse Heuvelrug vast. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit, dat door de rechtbank Utrecht ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde zij hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het natuurgebiedsplan geen directe wijziging van de bestemming of het gebruik van de landbouwgronden van appellante inhoudt, waardoor het bestaande gebruik kan worden voortgezet. Wel erkende de Afdeling dat het plan indirecte gevolgen kan hebben voor de toekomstige bedrijfsvoering en de economische waarde van de gronden.
Desondanks concludeerde de Afdeling dat het college bij de belangenafweging terecht meer gewicht heeft toegekend aan het algemeen belang van natuur- en landschapsbehoud dan aan de belangen van appellante. Verder werd het beroep verworpen omdat het plan geen peilbesluit van het waterschap betreft. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het natuurgebiedsplan bevestigd.