ECLI:NL:RVS:2004:AQ8753
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.J. van Ettekoven
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering planschadevergoeding na bestemmingswijziging
Appellant, de gemeenteraad van Zuidhorn, wees het verzoek van verzoeker om schadevergoeding op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) af, omdat de waardevermindering van zijn perceel door de bestemmingswijziging naar een bedrijventerrein volgens een deskundige niet aannemelijk was.
De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het besluit van appellant, waarbij zij zich baseerde op een advies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) dat een waardedaling van €40.000,- aannemelijk maakte.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat het advies van de StAB onvoldoende overtuigend is en dat het eerdere deskundigenadvies van Houdringe, bevestigd door de SAOZ, redelijkerwijs als uitgangspunt kon dienen. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van verzoeker ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling benadrukt dat appellant zich niet heeft gecommitteerd aan het StAB-rapport en dat het oordeel van de rechtbank onvoldoende rekening hield met de marges en uitgangspunten van de taxaties.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker op schadevergoeding wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.