ECLI:NL:RVS:2004:AQ8754
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.R. Schaafsma
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunning milieubeheer wegens onvoldoende motivering voorschrift dakgrindbewerking
Bij besluit van 8 juli 2003 verleende het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een milieuvergunning aan appellante sub 1 voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld door appellante sub 1 en appellanten sub 2. De Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat het besluit grotendeels rechtmatig was, met uitzondering van het voorschrift 10.2.3 dat het bewerken van dakgrind in de puinbreker verbood.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het breken van schoon dakgrind niet als een nuttige toepassing kan worden beschouwd en waarom het onmogelijk zou zijn verontreinigd en niet-verontreinigd dakgrind te scheiden. Hierdoor was het voorschrift niet deugdelijk gemotiveerd en werd dit deel van het besluit vernietigd.
De overige beroepsgronden, waaronder die over legesrestitutie, bestaande rechten, geluidgrenswaarden, stofhinder en andere vergunningvoorschriften, werden ongegrond verklaard. De Afdeling concludeerde dat verweerder binnen zijn beoordelingsvrijheid had gehandeld en dat de vergunning voldoende waarborgen bood ter bescherming van het milieu.
Tot slot werd het college van gedeputeerde staten veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellante sub 1. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 1 september 2004.
Uitkomst: Het voorschrift dat bewerken van dakgrind verbiedt is vernietigd wegens onvoldoende motivering, overige beroepen zijn ongegrond verklaard.