ECLI:NL:RVS:2004:AQ9921
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.J. Hoekstra
- A.P. de Rooy
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake ontgrondingsvergunning voor insteekhaven
Verweerder verleende op 13 april 2004 een vergunning onder voorschriften op grond van de Ontgrondingenwet aan een vergunninghoudster voor het ontgronden van een perceel ten behoeve van het graven van een insteekhaven voor een bedrijventerrein.
Verzoekster, een ontwikkelingsmaatschappij, stelde dat de vergunning ten onrechte was verleend omdat een concurrent zich op het bedrijventerrein zou vestigen en gebruik zou maken van de insteekhaven, wat tot omzetverlies zou leiden. Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter oordeelde dat het belang van verzoekster niet rechtstreeks bij het besluit was betrokken, aangezien de vergunning niet uitsluitend ten behoeve van een concurrent werd verleend en er geen direct verband was tussen het besluit en de concurrentiepositie van verzoekster.
Daarom achtte de Voorzitter het waarschijnlijk dat het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het belang van verzoekster niet rechtstreeks bij het besluit is betrokken.