ECLI:NL:RVS:2004:AR2500

Raad van State

Datum uitspraak
13 september 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200405178/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.M. Boll
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:32 AwbArt. 8:81 AwbArtikel 18 Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening schorsing last onder dwangsom voor ondergrondse tanks te Hulst

Bij besluit van 30 september 2003 legde het college van burgemeester en wethouders van Hulst aan Kuwait Petroleum (Nederland) B.V. een last onder dwangsom op voor drie ondergrondse tanks op het perceel Beestenmarkt 19 te Hulst. De dwangsom bedroeg €3500 per tank per week met een maximum van €30.000 per tank, zolang de tanks niet waren verwijderd conform het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998.

Kuwait Petroleum stelde dat zij niet de eigenaar van de tanks was, omdat deze in bruikleen waren gegeven aan de eigenaar van het perceel en dat de eigendom na beëindiging van de bruikleen was overgegaan. De Voorzitter oordeelde dat deze procedure niet geschikt was om de eigendomsvraag te beantwoorden en dat dit in de bodemprocedure zou worden beslist.

Op basis van de stukken en de zitting bleek onvoldoende dat het uitstel van verwijdering nadelige milieugevolgen zou hebben. Daarom werd het verzoek om schorsing van het besluit en de last onder dwangsom toegewezen. Tevens werd de griffierechtvergoeding aan verzoekster opgelegd.

Uitkomst: De Voorzitter schorst bij voorlopige voorziening het besluit en de last onder dwangsom en gelast vergoeding van het griffierecht.

Uitspraak

200405178/2.
Datum uitspraak: 13 september 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Kuwait Petroleum (Nederland) B.V.", gevestigd te Rotterdam,
verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van Hulst,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 30 september 2003, kenmerk CPS/, heeft verweerder aan verzoekster ter zake van drie ondergrondse tanks gelegen in het perceel Beestenmarkt 19 te Hulst een last onder dwangsom opgelegd als geregeld in artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De dwangsom is vastgesteld op € 3500,00 per ondergrondse tank per week met een maximum van € 30.00,00 per ondergrondse tank, zolang deze niet is verwijderd conform het bepaalde in artikel 18 van Pro het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 (hierna: BOOT).
Bij besluit van 14 mei 2004, verzonden op 19 mei 2004, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 23 juni 2004, bij de Raad van State ingekomen op 24 juni 2004, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 22 juli 2004.
Bij brief van 12 augustus 2004, bij de Raad van State ingekomen op 13 augustus 2004, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 30 augustus 2004, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. E.C. Nieuwenhuis, advocaat te Rotterdam, en verweerder, vertegenwoordigd door C.R.M. Pieters, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    Verzoekster stelt primair dat zij niet de eigenaar is van de ondergrondse tanks, zodat de last ten onrechte tot haar is gericht. Daartoe betoogt zij –kort samengevat- dat de tanks in het verleden in bruikleen zijn gegeven aan de eigenaar van het perceel waarin zij zijn gelegen. Zij voert aan dat de eigendom van de tanks na beëindiging van de bruikleenovereenkomst is overgegaan naar de eigenaar van het perceel omdat verzoekster hiervan afstand heeft gedaan.
2.3.    Naar het oordeel van de Voorzitter leent deze procedure zich niet voor beantwoording van de vraag wie als eigenaar van de tanks moet worden aangemerkt. Bij de behandeling van het beroep van verzoekster zal de Afdeling op dit punt definitief uitsluitsel geven. De Voorzitter zal trachten een spoedige behandeling van dat beroep te bewerkstelligen.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is  onvoldoende gebleken dat er nadelige gevolgen voor het milieu zijn indien de tanks in afwachting van de behandeling van de hoofdzaak nog niet worden verwijderd. Nu verder in deze procedure niet kan worden beoordeeld door wie de tanks moeten worden verwijderd, ziet de Voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
2.4.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hulst van 14 mei 2004, CPS/04/00097, en het besluit van 30 september 2003, CPS/;
II.    gelast dat de gemeente Hulst aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 273,00) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.L.D. Trippert-van Gemeren, ambtenaar van Staat.
w.g. Boll    w.g. Trippert-van Gemeren
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 13 september 2004
289.