ECLI:NL:RVS:2004:AR2517
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.M.A. Claessens
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing ophoging boezemland bij aanleg insteekhaven
Appellant had een ontheffing gekregen voor het graven van een insteekhaven met beschoeiing aan zijn perceel, maar wilde ook het boezemland ophogen om de haven beter bereikbaar te maken. Hij stelde dat het ophogen geen vermindering van het waterbergend vermogen zou veroorzaken en dat andere percelen wel ontheffing hadden gekregen voor ophoging, waardoor hij zich beroept op het gelijkheidsbeginsel.
Het dagelijks bestuur had echter alleen ontheffing verleend voor de aanleg van de haven, niet voor ophoging van het boezemland, waarvoor een aparte ontheffing vereist is. De Raad van State oordeelde dat appellant deze ontheffing niet had aangevraagd en dat het gelijkheidsbeginsel niet opgaat omdat niet is gebleken dat anderen wel zo'n ontheffing hadden gekregen.
Daarnaast was een verzoek van appellant om terugbetaling van verbeurde dwangsommen niet relevant in deze procedure. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.