ECLI:NL:RVS:2004:AR2529
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- H. Borstlap
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor inrichting afvalstoffenopslag en -bewerking te Ochten niet onrechtmatig
Bij besluit van 23 december 2003 verleende het college van gedeputeerde staten van Gelderland een milieuvergunning aan een vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het opslaan, overslaan, opbulken, sorteren en bewerken van afvalstoffen te Ochten. De appellant, Recreatiecentrum 't Zand B.V., stelde beroep in tegen dit besluit en betoogde onder meer dat partijen ten onrechte niet zijn gehoord en dat de vergunning onvoldoende bescherming biedt tegen geluidhinder, verkeersoverlast, stofverwaaiing en visuele hinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellante geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid tot gedachtewisseling over het ontwerpbesluit en dat de beoordelingsvrijheid van het bevoegd gezag bij het verlenen van de vergunning binnen de grenzen van de Wet milieubeheer en de meest recente milieutechnische inzichten was uitgeoefend. De gestelde geluidgrenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau zijn toereikend bevonden, mede gelet op het akoestisch rapport dat onderdeel uitmaakt van de vergunning.
Verder is geoordeeld dat de indirecte geluidhinder door verkeersbewegingen adequaat is beoordeeld en dat de vrees voor overbelasting van het wegennet niet relevant is voor de milieubescherming. Ook de bezwaren over stofverwaaiing en visuele hinder zijn ongegrond verklaard, omdat passende maatregelen en voorschriften zijn opgenomen in de vergunning. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.