ECLI:NL:RVS:2004:AR2531
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving tegen geurhinder bij autoschadebedrijf
Appellanten verzochten het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas om handhavend op te treden tegen een inrichting voor onderhoud en herstel van auto's vanwege geurhinder veroorzaakt door verfspuitwerkzaamheden. Het college wees dit verzoek af, waarna appellanten bezwaar maakten en vervolgens beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State stelde vast dat de inrichting valt onder het Besluit inrichtingen milieubeheer en dat de verfspuitwerkzaamheden niet plaatsvinden volgens de voorschriften van het Besluit, met name voorschrift 2.3.1 dat bepaalt dat dergelijke werkzaamheden in een speciale ruimte met afzuiging moeten plaatsvinden. Het college had ten onrechte geoordeeld dat het voorschrift niet was overtreden en dat handhaving daarom niet mogelijk was.
De Raad oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, mede omdat de duur van de werkzaamheden niet relevant is voor de voorschriften. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit van het college om geen handhavend op te treden tegen de inrichting wegens geurhinder wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.