ECLI:NL:RVS:2004:AR2880
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling ecologische hoofdstructuur in provincie Gelderland volgens Wet ammoniak en veehouderij
Bij besluit van 1 juli 2003 heeft de provincie Gelderland vastgesteld welke gebieden deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur (EHS) op grond van de Wet ammoniak en veehouderij. Diverse appellanten hebben hiertegen beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Raad oordeelt dat de Afdeling bestuursrechtspraak bevoegd is kennis te nemen van het geschil, gelet op de samenhang met besluiten tot vergunningverlening krachtens de Wet milieubeheer. De procedure is correct gevolgd, inclusief de voorbereidingsprocedure en terinzagelegging van het ontwerp-besluit.
De Raad gaat uitvoerig in op de bezwaren van appellanten, waaronder de rechtsgrondslag van het besluit, de begrenzing van de EHS, de toepassing van beleidsdocumenten zoals de Gelderse Natuurdoelenkaart en het Streekplan, en de gevolgen voor agrarische belangen. De Raad oordeelt dat het besluit niet kennelijk onredelijk is, dat de EHS adequaat is vastgesteld en dat de bezwaren onvoldoende grondslag bieden voor vernietiging.
Ook klachten over het ontbreken van overleg, onvoldoende reactie op bedenkingen, en vermeende schendingen van het gelijkheidsbeginsel worden verworpen. De Raad stelt dat het besluit geen planologische beperkingen oplegt en dat eventuele schade of beperkingen voortvloeien uit latere besluiten. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit tot vaststelling van de ecologische hoofdstructuur in Gelderland worden ongegrond verklaard.