ECLI:NL:RVS:2004:AR2885
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergunningsplitsing appartementsrechten door stadsdeel Zuideramstel
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuideramstel heeft op 23 mei 2001 het verzoek van appellante om een vergunning tot het splitsen van een pand in vier appartementsrechten afgewezen. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Amsterdam, die het beroep op 22 januari 2004 ongegrond verklaarde.
Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden door het onderscheid in beleid tussen woningcorporaties die deelnemen aan een convenant met de gemeente en particulieren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat dit onderscheid voldoende is gerechtvaardigd vanwege de wettelijke taakstelling van woningcorporaties om het volkshuisvestingsbelang te behartigen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergunning wordt bevestigd.