ECLI:NL:RVS:2004:AR2887
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- J. Heijerman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging revisievergunning vanwege onzorgvuldig besluit over maximale opslaghoogte puin
Bij besluit van 9 december 2003 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een revisievergunning verleend aan appellante voor een inrichting voor opslag en bewerking van bouw- en sloopafval, waaronder puin en asfalt, voor een periode van tien jaar. De vergunning bevatte onder meer voorschrift 2.1.13, waarin de maximale hoogte van de buitenopslag van puin was vastgesteld op zes meter boven het maaiveld, een verlaging ten opzichte van de eerdere negen meter.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beperking vanwege de gevolgen voor haar bedrijfsvoering en stelde dat een maximale hoogte van zeven meter toereikend zou zijn om zand- en stofoverlast te voorkomen. Tijdens de zitting gaf verweerder aan van mening te zijn dat zeven meter inderdaad voldoende zou zijn, wat afweek van het oorspronkelijke besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit in zoverre in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat het besluit niet zorgvuldig was genomen door het standpunt achteraf te wijzigen zonder nieuwe besluitvorming. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden voorschrift werd vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden voorschrift over maximale opslaghoogte puin wordt vernietigd wegens onzorgvuldige besluitvorming.