Uitspraak
200205426/1, onherroepelijk is geworden.
Raad van State
De gemeenteraad van Hilversum stelde op 1 oktober 2003 het bestemmingsplan “Eerste herziening bestemmingsplan Kerkbrink en omgeving” vast. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland keurde dit plan op 6 april 2004 goed. Appellanten maakten bezwaar tegen de goedkeuring, met name tegen het vervallen van de winkelbestemming ten gunste van een woonbestemming op bepaalde percelen, omdat zij vreesden dat dit hun tegenoverliggende winkelpanden zou schaden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de winkelpanden van appellanten niet binnen het bestreden plan vielen, maar binnen het bestemmingsplan “Binnenstad” dat eerder was vastgesteld en onherroepelijk was geworden. De wijziging van de bestemming op de percelen was gebaseerd op een visie die rekening hield met leegstand en de perifere ligging ten opzichte van het kernwinkelgebied.
De Afdeling vond niet aannemelijk dat de wijziging de belangen van appellanten onevenredig schaadde. Ook achtte zij het redelijk dat verweerder rekening hield met de brede bestemming van de winkelpanden in het bestemmingsplan “Binnenstad”. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan is ongegrond verklaard.