ECLI:NL:RVS:2004:AR2896
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning voor woongebouwen en parkeerkelder in Eindhoven
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven verleende op 10 augustus 2001 een vrijstelling en bouwvergunning voor het bouwen van twee woongebouwen en een parkeerkelder op de locatie parkeerterrein Zwembadweg. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank ’s-Hertogenbosch het beroep ongegrond. Verzoekers stelden hoger beroep in bij de Raad van State en vroegen om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 9 september 2004. Verzoekers voerden aan dat het college in strijd met artikel 19a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening had gehandeld door geen nieuwe inspraakprocedure te volgen bij het besluit van 18 december 2003. De Voorzitter oordeelde echter dat de inspraakprocedure niet opnieuw hoefde te worden toegepast, omdat het bouwplan niet wezenlijk was gewijzigd en de ruimtelijke onderbouwing voldeed aan de wettelijke eisen.
Gezien het ontbreken van gegronde redenen om aan te nemen dat het besluit in de bodemprocedure niet stand zal houden, wees de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning wordt afgewezen.