Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2004:AR2897

Raad van State

Datum uitspraak
23 september 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200407109/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • E.M.H. Hirsch Ballin
  • E.M. Ouwehand
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning voor kap op kantoorpand

Het college van burgemeester en wethouders van Dongen verleende op 18 februari 2004 een bouwvergunning aan Vicuna Design voor het plaatsen van een kap op het kantoorpand aan de Julianalaan 29 te ’s-Gravenmoer. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college op 13 juli 2004 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda het beroep van verzoekers op 30 juli 2004 eveneens ongegrond.

Verzoekers stelden daarop bij de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening in, om het besluit van het college te schorsen gedurende het hoger beroep. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde dit verzoek op 9 september 2004, waarbij partijen werden gehoord.

De Voorzitter oordeelde dat het besluit in beginsel uitvoerbaar blijft zolang het niet onherroepelijk is vernietigd, zeker nu de rechtbank het besluit reeds had getoetst en het beroep ongegrond had verklaard. Er was geen aanleiding om aan te nemen dat de vergunning onterecht was verleend, mede omdat het bouwplan volgens het bestemmingsplan ’s-Gravenmoer Dorp was getoetst en daarmee in overeenstemming werd geacht.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 23 september 2004 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning is afgewezen.

Uitspraak

200407109/2.
Datum uitspraak: 23 september 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoekers], allen wonende te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda van 30 juli 2004 in het geding tussen:
verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van Dongen.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 18 februari 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dongen (hierna: het college) aan Vicuna Design te ’s-Gravenmoer bouwvergunning verleend voor het plaatsen van een kap op het kantoorpand aan de Julianalaan 29 te ’s-Gravenmoer.
Bij besluit van 13 juli 2004 heeft het college de daartegen door verzoekers gemaakte bezwaren conform het advies van de commissie voor de bezwaarschriften van 23 juni 2004 ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 30 juli 2004, verzonden op 3 augustus 2004, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Breda het daartegen door verzoekers ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 24 augustus 2004, bij de Raad van State ingekomen op 25 augustus 2004, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 31 augustus 2004, bij de Raad van State ingekomen op 1 september 2004, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 september 2004, waar verzoekers in persoon en het college, vertegenwoordigd door G.M. van Dijck en B.W. Lambooij, beiden ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.
Voorts is daar Vicuna Design, bij monde van J.P. Kind, gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer, indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het daartegen ingestelde beroep ongegrond heeft verklaard.
2.2.    In hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat geen bouwvergunning mocht worden verleend. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, anders dan verzoekers hebben betoogd, naar het voorlopig oordeel van de Voorzitter de bouwaanvraag terecht is getoetst aan het bestemmingsplan “’s-Gravenmoer Dorp” en terecht is geoordeeld dat het bouwplan zich daarmee verdraagt.
2.3.    Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M Ouwehand, ambtenaar van Staat.
w.g. Hirsch Ballin    w.g. Ouwehand
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2004
224.