ECLI:NL:RVS:2004:AR2908
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing pand als beschermd monument onder Monumentenwet 1988
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om haar pand in Amersfoort aan te wijzen als beschermd monument op grond van de Monumentenwet 1988. Zij stelde dat er een overeenkomst bestond met een medewerkster van het Monumenten Selectie Projectteam, waarbij het pand niet zonder haar toestemming als beschermd monument zou worden aangewezen.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat niet was gebleken dat een dergelijke overeenkomst was gesloten en bovendien voor de aanwijzing geen instemming van appellante vereist is. Appellante stelde in hoger beroep dezelfde argumenten aan de orde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de argumenten van appellante verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De monumentale waarde van het pand stond vast en appellante had geen nieuwe, doorslaggevende belangen aangevoerd die de aanwijzing konden weerleggen. Er was ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is ongegrond verklaard en de aanwijzing van het pand als beschermd monument is bevestigd.